Je zit elke avond op dezelfde plek en eigenlijk bevalt die plek je niet. De kamer is verder prima in orde. Er staat genoeg, de muren zijn geschilderd en toch loop je er rond met het idee dat het anders zou moeten. Dat gevoel komt zelden door de meubels zelf, het komt door waar ze staan. Een woonkamer indelen gaat over de vraag welke plek in de kamer de belangrijkste is en wat daar daarna omheen mag komen. Zodra die ene plek klopt, valt de rest van de kamer er makkelijker omheen dan je zou denken.
De kamer krijgt vorm rond de plek waar je zit
Indelen begint bijna altijd bij de grootste wand, want daar past het meeste. Zo krijg je een kamer die keurig oogt en waar je nergens echt naartoe wordt getrokken. Draai het om. Kies eerst de hoek waar je ’s avonds vanzelf terechtkomt, meestal die met het beste zicht op de tuin. Een kleine hoekbank is daar sterk in, omdat hij precies in zo'n hoek past zonder de ruimte te vol te maken. De kamer krijgt daarmee een duidelijk midden en alles wat je erna neerzet weet meteen waar het bij hoort.
Eten en zitten hebben allebei een eigen kant nodig
In veel woonkamers lopen de eethoek en de zithoek in elkaar over. De stoelen staan half in de looproute en de bank kijkt uit op een tafel die de hele avond onaangeroerd blijft. Geef die twee allebei een eigen kant van de kamer, met de rug van de bank als grens ertussen. Aan de ene kant eet je en werk je, aan de andere kant zak je onderuit. Een vloerkleed onder de zithoek maakt die scheiding zichtbaar zonder dat er iets in de weg komt te staan. Aan het eind van een avond merk je dat je allebei die plekken echt hebt gebruikt.
Het grootste meubel bepaalt de kleur van de kamer
Het meubel dat de meeste vloer inneemt, zet ook de toon van het licht. Een beige hoekbank kaatst het daglicht door tot achter in de kamer en houdt de kant die van het raam af ligt zachter. Je kleur leg je daarna in de kussens, want die wissel je zo weer om.
Langs de wanden blijft het rustig
Staat de zithoek eenmaal goed, dan is de rest van de kamer wandwerk. Alles wat opbergt gaat tegen de muur en houdt daar zoveel mogelijk dezelfde hoogte aan, zodat je oog in één lijn de kamer door kan. Een laag dressoir onder het raam werkt daar beter dan een hoge kast, die het licht weghaalt bij de plek waar je het nodig hebt. Boven zo’n dressoir is nog ruimte voor iets aan de muur, en dat leest rustiger dan een wand die tot aan het plafond is volgezet. Hoe kalmer die wanden blijven, hoe meer de zithoek in het midden mag opvallen.
Loop een paar weken later de kamer nog eens in en kijk waar je uitkomt. Je zit waarschijnlijk op een andere plek dan vroeger, met het licht van opzij en de eettafel achter je rug. De kamer oogt ruimer terwijl er niets uit weg is gehaald. Dat komt doordat alles er nu ergens bij hoort, met de zithoek als middelpunt en de wanden als achtergrond. Begin daarom bij de plek waar je zit en werk van daaruit naar buiten. De rest van het inrichten wordt daarna een stuk lichter werk.

Comments are closed.